McKenzie therapie

Het blijkt dat er voor >80% van de a-specifieke rug-en nekklachten geen duidelijke oorzaak aan te geven is. De klachten kunnen niet verklaard worden vanuit weefselschade. Om deze reden wordt er binnen de McKenzie therapie geen gebruik gemaakt van een weefselschade model, maar een classificatie model gebaseerd op de symptomen van de patiënt.

Er wordt bepaald welke “mechanische factoren” de klachten van de patiënt positief beïnvloeden. Met deze inzichten wordt een specifiek oefenprogramma opgesteld en specifieke adviezen voor het dagelijks leven gegeven waarmee het herstelproces positief gestimuleerd wordt.

Het doel van deze benaderingswijze is de patiënt onafhankelijk van therapie en therapeut te maken, en de kans op terugval aanzienlijk te verkleinen. De zelfwerkzaamheid van de patiënt staat hierbij centraal.

Therapeut: Pieter de Visser